Zoeken in deze blog

zaterdag 27 augustus 2011

Vitamine K: De andere kant

Eindelijk eens een artikel met volledige en eerlijke informatie over Vitamine K in het Nederlands. Als je niet oplet wordt Vitamine K standaard toegediend direct na de geboorte, terwijl er nadelen aan verbonden zijn en er ernstige vraagtekens gezet kunnen worden bij standaard gebruik van dit middel. Onderstaand stuk heb ik te danken aan Vlaamse vroedvrouw-met-hart-en-ziel Lieve Huybrechts die onderstaand artikel 'Postnatal Vitamin K' van Sarah Wickham uit het Engels vertaalde. 

Vitamine K bij de geboorte

Wanneer een vrouw in onze westerse wereld gaat bevallen, staat ze voor een heleboel keuzes. Sommige hiervan zijn meer uitgesproken dan andere en er zullen ook keuzes bij zijn die het gevolg zijn van eerder genomen beslissingen. Veel van de keuzes die een vrouw maakt, zullen door degene die ze heeft gekozen als bevallingsbegeleider, in een bepaald kader worden geplaatst. Die persoon zal dus de informatie die ze geeft over en rond de kwestie kleuren. De persoonlijke filosofie van de begeleider zal veel invloed hebben op hoe de vrouw het hele onderwerp bekijkt. Wij zijn als zorgverleners immers menselijk en onze eigen overtuigingen vormen een belangrijk deel van de boodschappen die we overbrengen aan vrouwen over de mogelijkheden van hun lichaam en dat van hun baby’s om gezond te blijven.

Eén van de beslissingen die een vrouw zal moeten nemen, is of haar pasgeboren baby vitamine K zal krijgen of niet. Vitamine K is één van die gebieden waarop het bewijs en het hedendaagse denken worden gedomineerd door het medische model. Hoe kunnen we alle verschillende bevindingen en overtuigingen hierover samenbrengen, zodat er duidelijkheid komt voor onszelf en voor vrouwen die voor deze keuze staan? Daarna kunnen we dan een theorie opbouwen die bruikbaar is voor vrouwen en voor de verloskunde.

Gewoonlijk krijgen vrouwen ongeveer de volgende standaardinformatie:

Alle baby’s krijgen vitamine K. De reden hiervoor is dat alle baby’s worden geboren met een laag vitamine K-gehalte. Baby’s hebben vitamine K nodig om bloedingen te voorkomen, die serieuze complicaties kunnen veroorzaken. Moedermelk bevat ook een laag gehalte aan vitamine K, dus moet je baby dit extra krijgen. (Kunstmatige zuigelingenvoeding bevat het hoge gehalte aan vitamine K dat baby’s nodig hebben.)

Dit kan nog worden gevolgd door de bijkomende uitleg van de mogelijke manieren waarop vitamine K kan worden gegeven. Ervaring leert dat de informatie die de vrouw krijgt over vitamine K-toediening sterk varieert tussen verschillende begeleiders, maar wat hierboven beschreven is, is toch min of meer standaard geworden.


Een kwestie van filosofie

Een interessant startpunt op dit gebied is een analyse van de aannames die in het medische model met de beste bedoelingen worden gedaan en die worden herhaald door velen van hen die zwangere vrouwen begeleiden.

  1. Alle baby’s worden geboren met een laag niveau aan vitamine K.
Bij deze stelling rijzen nogal voor de hand liggende vragen:

·      Wat is ’een laag gehalte’?

·      Kunnen, inhoudelijk beschouwd, alle baby’s een laag gehalte hebben?

·      En laag in vergelijking met wat? Wat is de definitie van een normaal en een laag niveau? Er moet dan toch iemand zijn met een normaal niveau waarmee het kan worden vergeleken?

·      Wie heeft een normaal niveau aan vitamine K?

Het argument dat alle baby’s een laag gehalte aan vitamine K hebben, hoor je enkel in de praktijk en kun je niet terugvinden in de literatuur. In feite worden baby’s echter juist geacht een laag gehalte te hebben in vergelijking met volwassenen. Baby’s hebben ook een relatief groot hoofd in vergelijking met volwassenen, maar dit wordt niet als pathologisch beschouwd. Dit wordt als goed gezien, want de menselijke hersenen moeten groot zijn bij de geboorte. Het feit dat de relatieve vitamine K-niveau’s verschillen tussen een pasgeborene en een volwassene, wordt daarentegen als pathologisch ervaren. Waarom?

Filosofisch gezien kun je stellen dat als alle baby’s een laag gehalte vitamine K hebben, dit dan zonder twijfel als het normale gehalte vitamine K voor een baby moet worden gezien. Ook als voorstanders van vitamine K om een bepaalde reden vinden dat het een ‘te laag’ niveau vitamine K is, dan zouden ze dit op deze manier moeten verwoorden, als hun mening, in plaats van aan vrouwen te vertellen dat hun baby een tekort heeft aan iets essentieels. Voedt deze manier van formuleren immers niet het idee dat vrouwen relatief inefficiënt zijn in het maken van baby’s en ondersteuning nodig hebben van de vaardigheden en technologie van ziekenhuizen en dokters?
  1. Baby’s hebben vitamine K nodig om bloedingen te voorkomen, die serieuze complicaties kunnen veroorzaken.
Ook dit is niet zo duidelijk afgebakend als sommige mensen doen voorkomen. Het lijkt te suggereren dat alle baby’s een even groot risico hebben op bloedingen, terwijl dat niet het geval is. Het lijkt me dat het veel duidelijker zou zijn en veel meer zou helpen wanneer aan vrouwen een betrouwbare inschatting wordt gegeven van de relatieve risico’s van zo’n situatie. Dit wordt hieronder nog besproken, in relatie tot bepaalde onderzoeken die op dit gebied zijn gedaan.
  1. Moedermelk bevat ook een laag gehalte aan vitamine K. (Kunstmatige zuigelingenvoeding bevat de hoge dosis vitamine K die een baby nodig heeft.)
Hier geldt weer de vraag: een laag niveau in vergelijking met wat? Met kunstvoeding? Wat was er eerst? We kunnen de kunstmatig behandelde en bewerkte koemelk toch niet gebruiken als norm waartegen de bestanddelen van moedermelk worden afgezet?

En toch is dit de ondertoon van de informatie die aan vrouwen wordt aangeboden. Wat wordt hiermee gezegd tegen vrouwen over hun vaardigheid om hun baby te voeden en te koesteren? Hoe beïnvloedt dit de borstvoedingscijfers? In elk geval werd het onderzoek dat als eerste suggereerde dat moedermelk een laag gehalte aan vitamine K bevat, uitgevoerd in een tijd dat vrouwen werd verteld het aantal voedingen te beperken en de tijd te begrenzen dat het kind aan elke borst lag. Daarnaast kreeg het kind op veel plaatsen geen colostrum. Het gevolg was een afname van de intake door de baby’s van colostrum en vetrijke achtermelk (vitamine K is een vetoplosbaar vitamine).

Het is goed mogelijk dat een studie uitgevoerd bij baby’s die ongestoord en ongehinderd kunnen drinken aan de borst, heel andere resultaten geeft. Zelfs als we bepaalde uitgangspunten aanvaarden, blijven we met belangrijke vragen zitten.

-      Baby’s hebben een relatief laag niveau aan vitamine K.
-      In moedermelk zit een relatief laag niveau aan vitamine K.

Dus, ofwel de natuur heeft ons opgezadeld met lelijke misser, ofwel de overgrote meerderheid van de baby’s heeft niet echt veel vitamine K nodig. Voor mij klinkt de tweede stelling het meest aannemelijk, rekening houdend met wat ik weet over het proces van de geboorte.
Dat deze beide situaties samen bestaan, lijkt eenvoudigweg het idee te bevestigen dat baby’s vitamine K niet in grote hoeveelheden nodig hebben in het eerste deel van hun leven. Misschien is het relatieve gebrek eraan (in vergelijking met volwassenen) wel goed voor hen en werkt het mogelijk zelfs preventief tegen stollingsproblemen in de eerste paar weken van hun leven? Natuurlijk kan het ook zo zijn dat medische interventies tijdens de geboorte in beide gevallen een daling van het vitamine K-gehalte teweegbrengen en dat dit gehalte hoger zou zijn bij baby’s en bij moedermelk waarmee men zich niet heeft bemoeid.


Onderzoek naar relatieve risico’s

Zoals ik hierboven al vermeldde, zou het meer helpen om vrouwen een betrouwbare inschatting te geven van de risico’s en de gunstige aspecten, dan om informatie te geven die enkel is gebaseerd op de persoonlijke visie van de begeleider. Hoe waarschijnlijk is het dat een baby een vroeg- of laattijdige bloeding krijgt, als een vrouw vitamine K weigert? Von Kries & Hanawa (1993) hebben dit onderzocht en het risico zou tussen 1 op 10.000 en 1 op 25.000 zijn, zonder vitamine K. Een bloeding mag dan een serieuze aandoening zijn voor de baby’s die het hebben, maar als er tussen de 10.000 en 25.000 baby’s vitamine K moeten krijgen om één geval te voorkomen, moeten we ons afvragen of het dat waard is. Of beter, elke vrouw moet zich dan afvragen of het dat waard is.

Dit is zeker relevant wanneer we de al beschikbare informatie in overweging nemen over baby’s die zéker baat hebben bij vitamine K: zij die een traumatische geboorte hadden, hebben een hoger risico om een bloeding te ontwikkelen dan die baby’s die fysiologisch en zonder trauma geboren werden.

De andere kant van deze specifieke beslissing heeft te maken met de risico’s die ontstaan als je gezonde baby’s een stof geeft die ze niet nodig hebben. Het risico van gezonde baby’s die kanker ontwikkelen als resultaat van het gegeven vitamine K, kan wel eens hoger zijn dan het risico een bloeding te krijgen zonder (Parker et al 1998, Passmore et al 1998). Spijtig genoeg zijn deze studies gebaseerd op het retrospectieve onderzoeksmodel (terugkijken op), dat nooit zo betrouwbaar is als het prospectieve onderzoek (vooruitkijken op). Zoals ook Slattery (1994) aangeeft, is de enige manier om op betrouwbare wijze via wetenschappelijk onderzoek de risico’s en gunstige effecten van toediening van vitamine K te bepalen, het opzetten van prospectief onderzoek in de vorm van een gerandomiseerde en gecontroleerde studie.

Nochtans zijn er ook aan zo’n klinische test problemen verbonden. De onderzoekers moeten er immers honderden of duizenden moeders en baby’s voor vinden, opdat de frequentie van zeldzame resultaten heel accuraat kan worden gemeten. De meest efficiënte manier om zoveel vrouwen te rekruteren, is door ze te werven via de ziekenhuizen. Dat brengt natuurlijk met zich mee dat maar weinig baby’s in het onderzoek een ware fysiologische geboorte zullen hebben. Dit is een probleem dat veel voorkomt in het verloskundige werkveld, waar onderzoeken enkel gebeuren bij gemedicaliseerde geboortes. Hoe kunnen we die resultaten vervolgens van toepassing verklaren op vrouwen die kiezen voor een natuurlijke geboorte?


Andere aspecten uit de praktijk

Het is ook zeer wel mogelijk dat andere dingen dan de wijze van geboorte een invloed uitoefenen op de situatie. Misschien ben ik (Sarah Wickham) de enige die er zo over denkt, maar vanuit mijn ervaring als vroedvrouw en wetenschapper/onderzoeker zou ik zeggen dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de relatie tussen vitamine K en bloedingen zo simpel is. Ik kom direct op een paar andere aspecten die verbonden zijn met de geboorte en die hierop een invloed kunnen uitoefenen. Zo zouden we bijvoorbeeld een vrouw moeten vragen wat er tijdens de derde fase van haar bevalling gebeurde. Is de navelstreng vlug afgeklemd of was het de baby toegestaan zoveel tijd te nemen als nodig was om de hoeveelheid bloed te reguleren die ze zou houden? Wat is de invloed hiervan op stollingsfactoren en andere relevante componenten in het bloed van de baby? Wat is de invloed van het eetpatroon van de moeder tijdens de zwangerschap? En wat zouden de redenen kunnen zijn dat de natuur ervoor heeft gezorgd dat baby’s een laag gehalte aan vitamine K hebben? Is dit een belangrijk aspect van onze biologische blauwdruk en zo ja, waarom?

Empirisch bewijs kan dit debat een stapje vooruit helpen. Ik (Sarah Wickham) werkte in een gemeenschappelijke praktijk voor vroedvrouwen in de periode dat er beslist werd om de vitamine K-doses die werden gegeven aan baby’s die borstvoeding krijgen te verhogen van 1 naar 3. De eerste dosis werd gegeven bij de geboorte, de tweede op de 7e dag na de geboorte. Normaal gezien stopt de begeleiding van pas bevallen vrouwen rond de tiende dag na de bevalling en plots merkten de andere vroedvrouwen en ik dat er meer en meer vrouwen waren die begeleid werden tot hun 12e en 13e dag. Na analyse van deze gegevens zagen we dat de meerderheid van die baby’s op de achtste of negende dag aan geelzucht begon te lijden, na hun tweede dosis vitamine K. Is dat toevallig? Ik heb met andere vroedvrouwen gepraat via internetfora die dezelfde ervaringen hadden; er was er op zijn minst één die suggereerde dat de baby’s misschien de gestegen hoeveelheid prothrombine niet aankonden, een stijging die het resultaat was van de vitamine K-toediening.  Misschien dat dít een verklaring geeft waarom baby’s worden geboren met een relatief laag gehalte aan vitamine K?

Von Kries (1998) vat een paar aspecten van de recente geschiedenis van vitamine K samen. In sommige gebieden is men pas in de vroege jaren ’80 begonnen met het geven van vitamine K, omdat het laat optreden van bloedingen daar tot dan toe nog geen probleem was geweest. Dit gegeven op zich zou te denken moeten geven. Als alle baby’s een ziekelijk tekort hadden aan vitamine K, zou er toch zeker iemand moeten zijn geweest die dat in deze gebieden opmerkte, al voor de jaren ’80? Hoe staat de stijging van bloedingen in verband met de veranderingen in de praktijk van het bevallen? Heeft de noodzaak tot het standaard toedienen van vitamine K te maken met een stijging van de medicalisering van de geboorte?

Von Kries merkt ook op dat sommige baby’s die de diagnose ‘bloeding’ kregen, als gevolg van een vitamine K-tekort, eigenlijk een bloeding hadden door een onderliggende cholestatische ziekte. Zelfs als het toedienen van vitamine K bij deze baby’s de ontwikkeling van een bloeding had kunnen voorkomen, dan nog mogen we niet zeggen dat ze een bloeding hebben omdat ze geen vitamine K hebben gekregen. Dit vertroebelt de hele discussie en brengt onjuiste argumenten in. Het is ongeveer hetzelfde als zeggen dat iemand die een blok hout tegen zijn hoofd heeft gekregen, hoofdpijn heeft omdat er aan hem geen aspirine werd gegeven. De gedachte vitamine K te geven aan alle baby’s is dan verwant aan het idee dat we allemaal een aspirine moeten nemen voordat we naar buiten gaan, voor het geval ons hoofd wordt geraakt door een blok hout.

Uiteindelijk zullen vrouwen om te kunnen kiezen beide gezichtspunten moeten horen, zowel het fysiologische model als het medische model. Dit kan een manier zijn om een overwogen beslissing te nemen. Er is nog werk nodig om een fysiologisch model rond vitamine K te ontwikkelen, waarbij er vooral veel analyses en onderzoeken moeten worden gedaan op dit gebied. Voor diegenen die geloven in het fysiologisch model, blijft er een simpele waarheid: baby’s worden geboren met alles wat ze nodig hebben. De lengte van hun navelstreng maakt het bijna altijd mogelijk voor ze om hun moeders borst te bereiken en om te drinken terwijl de placenta nog met de baarmoeder verbonden is. Dat is geen toeval, evenmin als de manier waarop de bevallingshormonen de moeder en de baby helpen verliefd te worden op elkaar. Voor de meerderheid van de baby’s werkt de geboorte heel goed.

Voor een minderheid van de baby’s die een verhoogd risico op bloedingen heeft, is vitamine K een goed idee. Een klinisch onderzoek uitgevoerd op baby’s met een laag risico die via een gemedicaliseerde geboorte ter wereld kwamen, is niet echt te gebruiken bij vrouwen die kiezen voor een geboorte buiten het medisch model. Nu is het punt gekomen dat we ons moeten afvragen of we echt geloven dat baby’s geboren worden met minder vitamine K dan ze nodig hebben of dat er een andere verklaring is voor dit feit.

Met dank aan Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC voor de redactionele aanvullingen op de vertaling, december 2013. Zie ook Marianne's waardevolle weblog: http://borstvoedingscentrumpantarhei.blogspot.nl/


Referenties



Parker L, Cole M, Craft AW and others (1998)

Neonatal vitamin k administration and childhood cancer in the north of England. British Medical Journal, 1998; 316:189-93.



Passmore SJ, Draper G Brownbill P and others (1998)

Case-control studies of relation between childhood cancer and neonatal vitamin K administration; retrospective case-control study. British Medical Journal, 1998; 316:178-84.



Von Kries (1998)

Neonatal vitamin K prophylaxis; the Gordian knot still awaits untying. British Medical Journal, 1998; 316:161-162.



Von Kries R and Hanawa Y (1993)

Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 1993: 69: 293-95.



Slattery (1994)

Why we need a clinical trial for vitamin K British Medical Journal, 1994; 308:908-910.





dinsdag 16 augustus 2011

'Orgasmic birth' in het Parool

Artikel in de PS Kind van het Parool van donderdag 11 augustus 2011

STRESSLOOS BAREN IN EEN SEKSUELE SFEER


Wie googelt op ‘Orgasmic birth’ krijgt een filmpje te zien van een vrouw die in een bad bevalt en een orgasme krijgt. De omstandigheden zijn aanzienlijk anders dan die waarin de gemiddelde barende vrouw in Nederland zich bevindt, want Amber zo heet deze dame, ligt in een ruim bad in een tuin op een tropische locatie. Het is een prachtige zomeravond, haar partner masseert haar, kust haar, iemand giet wat water over haar rug. Ze geniet en krijgt een orgasme. 


In de film  Orgasmic birth worden zeven geboortes getoond. Alle stellen kussen, strelen, dansen en maken van de geboorte van hun kind een prettige aangelegenheid. Tussendoor geven Amerikaanse deskundigen hun commentaar. Quotes als ‘It’s got to be like when you make love’ of ‘birth is sexual ’ komen regelmatig voor.
De commentatoren zetten zich af tegen de ziekenhuisbevalling. Volgens hen ontspant een barende vrouw zich beter in een omgeving die haar bekend is en waarin ze zich vertrouwd voelt: een omgeving waarin ze ook seks zou willen hebben. Boegbeeld van de Orgasmic birth-beweging is de Amerikaanse Debra Pascali-Bonaro. Ze staat vrouwen bij tijdens en na de bevalling en besloot haar visie te illustreren met een documentaire.
Haar 85 minuten durende documentaire Orgasmic birth: The best-kept secret, samengesteld uit fragmenten van bevallingen over de hele wereld, is op internet te koop en werd ook op diverse televisiezenders uitgezonden. Met activiste Elizabeth Davis schreef ze later ook nog een boek over het onderwerp. 

Patricia Vriens, yogalerares in Amsterdam, staat achter het gedachtegoed van de film. “Hoe veilig voel jij je wanneer je met je benen wijd omhoog op bed ligt en vier mensen naar je kruis staren? Of wanneer de aanwezigen meer naar een monitor kijken dan naar jou?” Want dat gebeurt volgens haar geregeld. 

Anna Myrte Korteweg, schrijver van het boek Vrije geboorte, stelt dat bevallen een natuurlijk iets is, wat we steeds meer als risico of gevaar zien. Toch zijn zowel Vriens als Korteweg geen tegenstander van ziekenhuisbevallingen. Vriens: “Als je denkt daar veiliger te zijn, kun je beter naar het ziekenhuis gaan. Je kunt je dan beter ontspannen, waardoor het proces soepeler verloopt.” 

“Het is belangrijk dat mensen zich bewust worden van de factoren die meespelen tijdens een bevalling. Zo maken ze vanuit inzicht een keuze en niet vanuit angst. Ik krijg veel vrouwen in de les die in het ziekenhuis willen bevallen, en die drie of vier maanden later toch kiezen voor een thuisbevalling. Het is een bijzonder moment in je leven, het kan bijna heilig zijn.”
Volgens de deskundigen in de film schuilt het geheim van een soepele bevalling in de aanmaak van de hormonen endorfine en oxytocine ook wel de liefdeshormonen genoemd. Die werken pijnstillend en zorgen voor sterke weeën. Dit in tegenstelling tot de adrenaline die je aanmaakt bij angst en stress. Met andere woorden: overheerst de angst, dan remt dat de geboorte. 

Orgasmic birth heeft ook in Nederland aanhangers. Kraamverzorgende Marissa Voss wilde haar tweede bevalling anders doen en raakte geïnspireerd door Orgasmic birth.
“Na het zien van die film begreep ik dat ik bij de bevalling van mijn eerste kind volkomen verkeerd ben begeleid. De vader was uit beeld, ik was vrij jong en bang voor wat ging komen. Ik ben toen uiteindelijk in het ziekenhuis terechtgekomen en dat was een erg onprettige ervaring. Bij mijn tweede kindje, dertien jaar later, wilde ik de regie zelf in handen houden.”
Haar partner Robbert Simons had vooraf zijn bedenkingen. “We woonden drie hoog in een appartement van vijftig vierkante meter met een houten vloer en Marissa wilde in een bad thuis bevallen.” Maar na het zien van de film was hij om. “Ik geloof in de kracht van de natuur en ik wist dat Marissa het kon.”
Het ouderpaar kijkt terug op een bijzondere bevalling. Voss: “In bad trad een enorme ontspanning op. Robbert masseerde mij en was er wanneer ik hem nodig had. Ik voelde de endorfine in mijn lichaam en was op een natuurlijke manier high. De kamer was gevuld met saliegeur en er was alleen kaarslicht. Precies een omgeving waarin je ook de liefde bedrijft. De bevalling had een seksuele, zeer intieme energie.” 

Volgens Vriens is de ruimte waarin je bevalt heel belangrijk. “Je moet zelf bepalen hoe je kunt functioneren in een bepaalde omgeving. In een ziekenhuis is het moeilijker een intieme sfeer te creëren. Wie kan intimiteit toelaten wanneer er toeschouwers zijn? De één heeft daar minder moeite mee dan de ander.”
“Ik vind het belangrijk dat er in elk geval mensen bij zijn bij wie een barende vrouw zich vertrouwd voelt, bij wie ze geen gêne heeft. Daar kun je absoluut een parallel trekken met het hebben van seks.” 

Ook Selma Kamfers en Lex Zini geloven dat bevallen en het hebben van seks dicht bij elkaar liggen. Kamfers: “Bij ons eerste kindje dacht ik: we gaan naar het ziekenhuis en ze zien maar hoe ze het eruit halen. Maar daar was Lex het niet mee eens.”
Zini: “Ik geloof in de kracht van de natuur en ik wilde weten wat er nu precies met je lichaam gebeurt tijdens een bevalling. Wat het effect is van hormonen bijvoorbeeld.”
Het stel bereidde zich grondig voor. “In de film zagen we vrouwen die op een heel andere manier bevielen dan we gewend waren van tv. Ze waren in een soort trance en het leek meer op een dans dan op een bevalling. Geen stress en schreeuwen.”
De bevalling wilden ze echt samen doen. En zo geschiedde. Kamfers: “Toen de weeën begonnen, hebben we het lekker gemaakt in huis. We zijn samen gaan douchen, hebben gezoend en geknuffeld. Dat was zo prettig. Lex streelde mijn borsten en daardoor kwamen de weeën goed op gang. Het was allemaal heel liefdevol.”
Zini: “Later heb ik spacemuziek opgezet. Het was een soort achtbaan waarin we terecht waren gekomen.”
Kamfers: “Het was alsof ik een jointje had gerookt, ik was heel ontspannen en niet bang. Het was wel zwaar, maar ik wist dat het wel goed zou komen.” 

De twee verhalen zouden prima in de film passen, waar ook veel gekust en gestreeld wordt tijdens de bevalling. Volgens Korteweg is seks onlosmakelijk verbonden met bevallen. “Hoe komt een baby erin? Juist! Zo komt hij er ook weer uit! Na de geboorte worden baby’s vaak snel aan de borst gelegd, onder andere omdat de placenta zo makkelijker loskomt. Maar als tijdens een bevalling de weeën teruglopen, komen die vaak weer goed terug als de tepels worden gestimuleerd. En het blijkt dat vrouwen die zichzelf bevredigen tijdens het baringsproces vrijwel nooit uitscheuren.”
Korteweg wil wel waarschuwen dat vrouwen niet het gevoel moeten krijgen dat ze tijdens een bevalling ook nog moeten klaarkomen. “Daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je een sfeer creëert waarin je je prettig voelt.” 

Een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie kent de film en de maakster ervan niet en weet niet hoe vaak vrouwen seksuele gevoelens hebben tijdens een bevalling. “Tijdens een orgasme en tijdens de bevalling worden dezelfde hormonen aangemaakt, dus er zou een relatie kunnen zijn. Of vrouwen dat ook zo ervaren, is niet bekend. Heel soms wordt het anekdotisch gemeld.”
“Voor gynaecologen en verplegend personeel staat de veiligheid voorop, maar er is wel steeds meer aandacht voor het zo aangenaam mogelijk maken van de bevalling. Bijvoorbeeld door een telemetrie-apparaat te gebruiken, waardoor vrouwen niet meer met snoeren vastzitten aan een CTG-apparaat (dat de hartslag en weeën registreert). Daardoor kan de zwangere tijdens de bevalling in bad of onder de douche om te ontspannen.” 

Volgens yogadocente Vriens is het seksuele aspect ook niet het belangrijkste. “Vrouwen moeten zich gesteund voelen en weten dat de omstanders in hen geloven. Dat kan hun partner zijn, maar ook een doula (zwangerschaps- en bevallingscoach) of een vroedvrouw.”
En hoe zit het nu met dat orgasme? Vriens, die zelf vier kinderen op de wereld heeft gezet, heeft het persoonlijk niet ervaren. “Wel de fysieke en emotionele overgave. Ik moest gewoon schreeuwen en het was een gelukmakende ervaring. Een prikkeling, een golf die door je heen gaat, het komt wel in de buurt van een orgasme.”
“Pijn en genot kunnen heel dicht bij elkaar liggen; ik geloof wel dat het kan. In mijn ogen gaat het niet om het krijgen van een orgasme, maar dat een bevalling een prachtige ervaring in het leven van een vrouw kan zijn: de geboorte van je kind en de ervaring van je eigen kracht als vrouw en moeder.”

door Astrid Melger

zondag 14 augustus 2011

De normaalste zaak van de wereld

Het mooie van verhalen van natuurlijke geboortes vind ik de wonderlijke combinatie van alledaagsheid en bijzonderheid: Het is een heel bijzondere gebeurtenis en toch is het heel gewoon. Ook deze moeder beschrijft haar thuisbevalling alsof het de normaalste zaak van de wereld is en juist in die nuchterheid zit haar enorme kracht verscholen.
Opvallend is verder dat de weeën afnemen als er tijdens de bevalling bezoek komt. Dit laat weer zien dat een bevalling het beste verloopt als er geen verstoringen zijn van buitenaf. Verder worden de vliezen kunstmatig gebroken. Dit is een middel wat kan helpen om de bevalling verder op gang te brengen, maar er zijn ook nadelen aan verbonden die zelden worden genoemd. In Vrije geboorte heb ik op een rij gezet wat deze nadelen zijn (o.a. risico dat de baby niet meer de juiste positie kan innemen en toename van de pijn). 
De moeder vertelt:

'Op woensdagmiddag ga ik voor de laatste keer naar de verloskundige. De week ervoor wilde ik gestript worden, maar lukte het niet. Daar had ik geen rekening mee gehouden en ik was flink verdrietig toen ik terugkwam. Ik was echt klaar met zwanger zijn. Ik wilde beginnen met een nieuwe fase. Er was al dagen gerommel, maar niks dat doorzette. 
Gelukkig stond mijn baarmoedermond nu wél een beetje open en had een stripactie dus wél zin. Opgelucht ga ik terug naar huis.

Het idee dat ik straks misschien wel ga bevallen is nog steeds onwerkelijk.

’s Middags ben ik lekker aan het tutten, haarwortels bijkleuren, beetje opruimen, lezen op de bank, eten koken. Het rommelt in mijn buik. Het idee dat ik straks misschien wel ga bevallen is nog steeds onwerkelijk. Tegen de avond zijn de krampjes regelmatig aan het worden, maar na een wandelingetje door de buurt is het ineens stil in mijn buik. Stiksacherijnig ga ik naar bed om tien uur.

Om drie uur ’s nachts word ik wakker van een wee. Dit is een weeeeeeee!! Het is begonnen. Ik ga douchen en weer terug naar bed, want wat moet ik midden in de nacht met beginnende weeën. Om zes uur ga ik er toch uit. Jarg komt ook beneden, gedoucht en wel, maar waarom snap ik niet, want wat kan hij nu voor me doen… Ik heb liever dat hij nog even terug naar bed gaat, zodat hij goed uitgerust is. Ik ga zelf nog even op de bank liggen en ik merk dat als ik lig de weeën om de acht minuten komen en als ik loop om de vijf minuten.

Om half acht ga ik dus maar rondjes lopen. Dat schiet op. Pffff. Een uur later bel ik de verloskundige om te zeggen dat haar stripactie succesvol was. Om tien uur komt ze langs. Vier centimeter ontsluiting. De weeën zijn goed te doen. Ze zijn nog lang niet zo pijnlijk als ik me kan herinneren van de vorige keer. De piek is vrij kort. Dat vindt de verloskundige ook en ze beloofd om twaalf uur weer langs te komen. Mijn ouders en Seppe komen even langs om te kijken hoe het gaat en de weeën nemen iets af.

Dat is te merken om twaalf uur, want er is slecht één centimeter bijgekomen. Wat gebeurt er als ik mijn vliezen zou laten breken? De verloskundige legt uit dat als de baby in het vruchtwater heeft gepoept mijn thuisbevalling ten einde is. Als de vliezen uit zichzelf breken bij een centimeter of acht dan is het te laat om nog naar het ziekenhuis te gaan. Dus het is een risico dat we nemen, maar ik wil graag dat het iets sneller gaat, dus breekt de verloskundige mijn vliezen, en hoeraaaa, het vruchtwater is helder. De weeën worden meteen scherper en heftiger.

Als ik onder de douche vandaan kom omdat ik druk naar beneden voel, ligt er een opstapje van al mijn zware kookboeken en atlassen klaar om het bed op te klimmen. Toch nog een nuttig klusje gevonden dus…

Ik ga onder de douche staan, rondjes lopen, voorover hangen op het bed. Liggen is niet fijn en zitten al helemaal niet. Om twee uur is de verloskundige terug en zijn mijn weeën niet leuk meer. Jarg vindt het vreselijk dat hij niks kan doen. Masseren is vervelend, in thee heb ik geen zin, de kleertjes die hij uitzocht keur ik af, want die heb ik maanden geleden zelf al uitgezocht en de sms-jes die hij verstuurt leiden me af. Dan als de kraamhulp komt om kwart voor drie heeft hij in de gaten dat het nu echt niet lang meer kan duren. Als ik onder de douche vandaan kom omdat ik druk naar beneden voel, ligt er een opstapje van al mijn zware kookboeken en atlassen klaar om het bed op te klimmen. Toch nog een nuttig klusje gevonden dus…

Mijn hele lijf werkt mee om de geboorte af te maken, ik voel tintelingen van mijn haarwortels tot aan mijn tenen.

Ik wil niemand zien en ik lig op bed weeën weg te puffen met mijn handen voor mijn ogen. Jarg en de verloskundige stellen voor om op handen en knieën te gaan zitten, zodat Jarg tegendruk op mijn rug kan geven. Dat voelt lekker aan. Ik mag gaan meepersen als ik dat wil, maar ik durf niet zo goed. Ik ben bang voor de pijn. Uiteindelijk als ik er eenmaal aan toe durf te geven vanaf tien voor half vier gaat het heel heftig. Mijn hele lijf werkt mee om de geboorte af te maken, ik voel tintelingen van mijn haarwortels tot aan mijn tenen. Tegen het einde draai ik toch weer op mijn rug omdat ik meer lucht nodig heb. Niet veel later wordt het hoofdje geboren. Of ik wil kijken? Nee dus, ik heb mijn energie voor andere dingen nodig. Een lange weeënstilte van drie minuten volgt, maar bij de volgende wee op vier keer persen wordt dan eindelijk om kwart voor vier onze dochter Mila geboren. Ze huilt meteen.

Binnen een half uur drinkt ze al aan mijn borst die ze zelf gevonden heeft.

De navelstreng knip ik zelf door en ik vertel haar dat ze vanaf nu moet vliegen met haar eigen vleugels. Binnen een half uur drinkt ze al aan mijn borst die ze zelf gevonden heeft. De placenta wordt geboren en de bevalling zit erop. Ons leven zal nooit meer het zelfde zijn.'